Afgelopen dinsdag was het zo’n typische Nederlandse winterdag: regen, wind en een grijze lucht. Toch trok ik mijn jas aan voor een fotowandeling in de Wyldemerk. Juist op dit soort dagen laat de natuur zich van een andere kant zien.
Tijdens de bladloze periode van het jaar laten de grillige vormen van de bomen op de Wyldemerk zich beter zien.


De vruchten van de Zwarte Els. De geelbruine katjes en de houtachtige elzenproppen.

De regendruppels bleven als kleine parels hangen aan grassprieten en mos. Het mos kreeg diepere kleuren en in de luwte van struiken kwamen de fijnste details tevoorschijn. Tijdens het maken van macrofoto’s ontdek je hoe rijk de natuur is als je écht dichtbij kijkt. Wat van een afstand misschien grauw en somber lijkt, blijkt van dichtbij vol leven en structuur te zitten.

Zoals de Oranje druppelzwam hierboven. Of het Geoord veenmos hieronder.


Gesnaveld klauwtjesmos
Op zulke momenten moet ik denken aan het spreekwoord: “Wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd.” In de kleine druppel weerspiegelt zich het landschap. In een minuscuul bloemetje zit een wereld van vorm en kleur. Door stil te staan bij het kleine, leer je het grote beter zien en waarderen.
Een regenachtige dag hoeft dus geen verloren dag te zijn. Integendeel. Het zijn juist de stille, natte momenten waarop de natuur haar fijnste details prijsgeeft — als je bereid bent om ze te zien.