Wie door een bos wandelt, ziet het steeds vaker: omgevallen stammen, afgebroken takken en halfvergane boomresten die ogenschijnlijk achteloos zijn blijven liggen. Waar vroeger het bos “opgeruimd” werd, laten bosbeheerders tegenwoordig dood hout juist liggen. En dat is geen nalatigheid, maar een bewuste keuze. Want dood hout… leeft.
Van opruimen naar laten liggen
In het verleden werd dood hout vaak verwijderd uit bossen. Het paste in een tijd waarin bossen vooral economisch werden benut: houtproductie stond centraal en een “net” bos werd gezien als gezond en veilig. Dood hout werd bovendien geassocieerd met ziektes en plagen.
Tegenwoordig weten we beter. In natuurlijke bossen vormt dood hout een essentieel onderdeel van het ecosysteem. Het is een bron van leven, voedsel en schuilplaatsen voor talloze organismen. Door dood hout te laten liggen, krijgt het bos de kans om weer een stukje natuurlijker en rijker te worden.
Een schatkamer voor biodiversiteit
Dood hout is een ware hotspot voor biodiversiteit. Het vormt een leefgebied voor een enorme variatie aan organismen, van microscopisch klein tot duidelijk zichtbaar.
Dood hout leeft
Mossen en korstmossen
- Mossen zijn kleine plantjes die water en voedingsstoffen direct opnemen via hun bladeren. Ze houden van vochtige omstandigheden en vormen vaak zachte, groene tapijten. Enkele oorbeelden van Mossen; Gedraaid knikmos, Gewoon sterrenmos, Fraai haarmos en Groot laddermos. Deze soorten gedijen goed op vochtige, beschutte plekken zoals rottend hout.
- Korstmossen (zoals Bekermos, het Heidestaartje en de Dove heidelucifer) zijn geen planten, maar een symbiose tussen een schimmel en een alg of bacterie. Ze groeien vaak op schrale plekken en kunnen extreme omstandigheden verdragen.